Deze tekst beginnen met wie ik ben, zou al te veel verwachtingen invullen. Ik ben wetenschapper noch sommelier, rekenen is niet mijn sterkste vak en een Grammy Award winnen staat niet op mijn bucketlist. Wat natuurlijk niet betekent dat ik niet geniet van de ongelofelijke dingen in de wereld, een goed glas wijn elke avond en optreden onder de douche voor mijzelf, door mijzelf.

Ik ben altijd al een dromer geweest, maar nooit een wenser. Mijn opa leerde mij al heel snel dat dromen, veel efficiënter is dan iets enkel wensen, als je ze tenminste najaagt. Dat is niet het enige wat mijn Grote Vriendelijke Reus mij leerde. Ook heel wat manieren, waarden en scheldwoorden heeft hij overgedragen aan zijn kleindochter. Mijn grootste dromen zijn niet perse de absurdste, wel de spannendste. Ik maak een film. Ik maak een verschil. Ik schrijf een boek. Ik maak een wereldreis. Ik ga een mooie bruid zijn. Mijn broer wordt gelukkig. Ik blijft voor altijd even verliefd als nu, even simpel en even ingewikkeld.

Ik ben verliefd geworden op een grote, blonde voetbalfan met blauwe ogen. Hij is niet altijd de gemakkelijkste, maar ben ik dat zelf wel? Hij vindt mij grappig en ik geef zijn leven kleur, dat zei hij vorige week nog. Ik mis hem. Ik vertrouw erop dat hij mij ook mist en dat hij niet bij een troela zit. Dat is liefde: Je geeft je hart aan iemand en je vertrouwt erop dat ze jou er eentje in ruil geven.

Mijzelf samenvatten in een tekst was confronterend. Onmiddellijk schoten er allemaal herinneringen, eigenschappen en mankementjes naar boven, waarvan ik enkele ook effectief neergepend heb. Andere zijn te delicaat en nog andere geven een verkeerd beeld van mij weer. Mijzelf samenvatten in één zin is heel wat gemakkelijker.

Mijn naam is Manon en ik word ooit wel iemand.

Advertisements