Verliefde mensen zijn vaak het onderwerp van menig gebraak. “Jak, hoe klef zijn die?!”

Vandaag was ik bij mijn mama, mijn mama heeft een kapsalon, en daar zag ik er twee.

Twee verliefde mensen.

Ik ben zelf ook verliefd, en ik hoop mijn mama ook. Niet op elkaar,

(Wacht, wel op elkaar. Eigenlijk ben ik wel verliefd op mijn mama.)

(Nu terug naar mijn verhaal.)

Hun namen passen bij elkaar alsof de ouders bij hun geboorte wisten dat ze zouden trouwen, Adrien & Georgette.

Voilà, de clue is er uit: het gaat om twee personen op leeftijd. Zij is zò oud dat ze niet meer alleen naar de kapper kan komen, maar samen zijn ze oud genoeg om naar de kapper te komen. Waarmee ik wil zeggen dat hij zò verliefd is dat hij met haar meegaat. Hij lacht wanneer hij me ziet: “ah, Manon is ’t zeker?”

Ja, Adrien, het is nog steeds Manon.

Ik vraag of ik hem wel een zoen mag geven, mijn neus is immers helemaal bevroren. Hij glimlacht: “Dat heb ik er gerust voor over.”

Zij grinnikt, was ze 5 jaar jonger, ze had hem een duwtje gegeven met haar elleboog. Vandaag kiest ze er voor om tweemaal te zuchten en die stoot met haar ogen uit te delen.

Ergens tussen die zucht en de uitgedeelde stoot, viel het mij op.
Ik heb maar één vraag: hoe kan je in godsnaam “Jak, hoe klef zijn die twee?!”-en wanneer je twee verliefde mensen ziet?

Word je dan niet verliefd, op die twee verliefde mensen?

Advertisements