Het is al laat op de avond wanneer hij begint te huilen. Ik lig al een hele poos in bed, maar nu ben ik klaarwakker.

Wakker, maar niet klaar, om eerlijk te zijn. Het is alsof hij mijn naam roept, ik ril. Een eerste golf bereikt mijn voeten.

Ik ben op een strand, lig ik niet meer in mijn bed? Ben ik gek geworden? Ik hoor hem huilen. Opnieuw schreeuwt hij mijn naam. Wil hij dat ik hem ga helpen?

Waarom is dit nodig?

Hij weet toch dat ik dat niet kan? Een schaap mekkert in de verte en hij roept. Hij wil alleen zijn, dat voel ik.

Waarom is dit nodig?

Opnieuw raakt een golf mijn voeten.

Ik ben niet klaar, wil ik hem vertellen, maar er komt geen geluid.

Plots hoor ik het: het is oorverdovend stil.

Oorverdovend. Stil. Tautologie, pleonasme, of iets anders.
Alleszins iets ongewoon.

Waarom is dit nodig?

Een derde golf raakt mijn been, ik schrik.

Het water is warm.
Het water voelt vertrouwd, maar ik weet wel beter.
Het water ruikt naar leugens en bekokstoof.
Het water smaakt naar valse beloftes.

Beloftes.

Beloogtes.

Eerst verwarmen ze je hart, je voeten, je handen, maar dan branden ze je huis plat. En mijn hart? Het ebt weg, samen met de kust en de zee. Alles verdwijnt en ik lig in bed. Mijn voeten zijn nat, maar zijn stem is verdwenen.

Maar morgen is hij er vast terug.

Advertisements